• 24 uur per dag, 7 dagen in de week030 - 687 45 01

Hond

Informatie over honden

Hieronder bieden wij u belangrijke informatie omtrent de hond en zijn verzorging. Deze informatie bestaat grotendeels uit richtlijnen. Omdat elk dier anders is, is het soms noodzakelijk van de richtlijnen af te wijken. Wij adviseren u graag persoonlijk wat voor uw hond het beste is. Bij vragen of twijfels kunt altijd contact met ons opnemen!

  • Aanschaf
  • Artrose
  • Castratie / sterilisatie
  • Chippen
  • Gebitsverzorging
  • Laparoscopische sterilisatie
  • Parasieten
  • Vaccinaties
  • Vachtverzorging
  • Vakantie
  • Verzekering
  • Voeding

Aanschaf

Het is belangrijk om eerst goed na te denken voor dat u overgaat tot aanschaf van een trouwe viervoeter. Er zijn een aantal belangrijke punten waar u van te voren goed over na moet denken. Wij hebben voor u een aantal punten op een rij gezet.

  • Nemen we een pup of een hond uit het asiel?
  • Nemen we een rashond of een kruising?
  • We hebben nu nog tijd, maar over vijf jaar ook nog?
  • Op welke kosten moet ik rekenen? Denk aan bijvoorbeeld kosten voor de voeding, speeltjes, opvang en dierenartskosten, heeft uw ras meer kans op specifieke aandoeningen?
  • Is een verzekering iets voor u?
  • Verdiep u goed in het type hond dat u wil aanschaffen, hoeveel vacht verzorging heeft de hond nodig? Willen we een actieve hond of een lekkere knuffel?

Waar vindt u een betrouwbaar adres voor een pup?

Er zijn natuurlijk heel veel adressen waar u een hond vandaan kunt halen, echter is het voor ons bijna onmogelijk om al die adressen na te gaan. De ervaringen met de meeste “puppyfabrieken” zijn niet erg goed. Enkele tips die wij kunnen geven:

  • Gezond verstand laten werken bij bezoek aan een adres.
  • Als u een adres op internet vindt, kunt u even verder zoeken naar de ervaringen van andere mensen met deze aanbieder. Soms kopen mensen nesten puppy’s op om ze vervolgens weer door te verkopen.
  • In een aantal gevallen worden pups van puppyfabrieken aangeboden via families. Goed doorvragen en telefoonnummer/aanbieder checken of deze vaker voorkomt op internet.
  • In ieder geval de moeder mogen zien.
  • Niet trappen in vage contracten met teksten als “bij ziekte dient u onze eigen dierenarts te consulteren anders vervalt uw garantie”.
  • Goed opletten: hoe ziet uw pup en hoe zien de andere pup’s eruit? Hoe ziet de omgeving (huis, tuin, moeder) eruit? Zijn ze ontwormd, zo ja op welke leeftijd, zijn ze op zes weken leeftijd gevaccineerd? Luister ook naar uw gevoel, voelt het goed aan? Bij twijfel kunt u altijd ons bellen om advies te vragen.
  • Kiest u voor een ras, dan kunt u via de site Raad van beheer (www.raadvanbeheer.nl) zoeken naar een rasvereniging met adressen van fokkers die fokken via de richtlijnen van de rasvereniging. Ook hier is het altijd belangrijk om goed naar uw gevoel te luisteren.

Verder heeft een gezonde pup:

  • Schone oren zonder korsten en overmatig veel zwarte oorsmeer.
  • Heldere schone ogen zonder uitvloeiing.
  • Een schone neus zonder uitvloeiing.
  • Een schone aangesloten glanzende vacht zonder overmatige schilfering en zonder vlooien en vlooienpoepjes (kleine zwarte “zandkorreltjes”).
  • Een schone achterhand, een achterhand met korsten kan een aanwijzing zijn voor diarree.
  • Magere pups met bolle buiken hebben vaak veel wormen.

Is uw pup nog niet binnen enkele dagen na aanschaf aan de beurt voor een vaccinatie (9 en 12 weken leeftijd)?

Wij kijken met liefde en kosteloos of uw nieuwe aanwinst helemaal gezond is. Dit voorkomt teleurstellingen achteraf. U krijgt dan meteen een gedegen advies omtrent alle nodige verzorging van uw nieuwe aanwinst (inclusief wormen- en vlooienbestrijding en het beste voer voor uw viervoeter).

U heeft de pup in huis, en dan?

  • Geef uw nieuwe aanwinst gelijk een eigen plek in de vorm van een bench of een mand.
  • U krijgt waarschijnlijk voeding mee van de fokker of vorige eigenaar. Nu zijn er natuurlijk heel veel verschillende soorten merken, maar welke voeding is het beste voor uw hond? U kunt bij ons terecht voor het beste advies voor uw hond, want iedere hond verdient een advies op maat!
  • Maak uw huis “puppyproof”. Pups vinden het heerlijk om te kauwen. Wij adviseren u om te zorgen voor een speeltje, bv. een flos om lekker op te kauwen.
  • Zorg dat u van te voren al rond heeft gekeken voor puppy trainingen, iedere hondenschool hanteert zijn eigen methode, vraag of u een keer langs mag komen zodat u alvast de sfeer kan proeven en kan kijken of deze methode bij u past.

Artrose

Wat is artrose?

Artrose (osteoarthritis) is een veelvoorkomende aandoening, één op de vijf honden lijdt aan artrose. Slijtage van het gewrichtskraakbeen treedt op, waardoor er pijn en bewegingsproblemen ontstaan.

Uw hond wordt stijver en/of kreupel, springt niet graag meer in de auto of op de bank en is niet zo enthousiast meer is als het tijd is voor een wandeling. Soms kan uw hond zelfs grommen bij het aaien omdat de aanraking pijn doet. Ook tijdens zo op het oog “goede dagen” blijft er steeds een bepaalde mate van pijn aanwezig (al kunnen honden dat vaak goed camoufleren).

De aandoening doet zich bij honden van alle leeftijden voor, dus niet alleen bij oudere dieren!

Om soepel te bewegen is het bot bedekt met kraakbeen en er is gewrichtsvloeistof aanwezig welke als smeermiddel dient.

Bij het optreden van slijtage (artrose)wordt het gewrichtskraakbeen dunner en stugger en er is minder gewrichtsvocht aanwezig. Er is een ontsteking gaande in het gewricht. Door deze processen ontstaat een onregelmatig oppervlak en kunnen er botwoekeringen optreden.

Castratie / sterilisatie

Het is raadzaam een teefje te laten steriliseren om op latere leeftijd gezondheidsproblemen als baarmoederontsteking en melkklierkanker te voorkomen. Wij adviseren om de eerste loopsheid af te wachten om vervolgens drie maanden later het teefje te laten steriliseren. Reuen kunnen vanaf zes maanden indien nodig gecastreerd worden.

Waarom steriliseren we teefjes? (Castreren)

Geen loopsheid meer
Gemiddeld worden teefjes twee keer per jaar loops. Deze loopsheid duurt ongeveer drie weken. In een deel van deze periode is de teef aantrekkelijker voor reuen en komen de reuen naar de teef toe. Een ander probleem is dat sommige teefjes op zoek gaan naar reuen en dus kunnen weglopen tijdens de loopsheid.

Door het verwijderen van de eierstokken haal je het hormoonproducerende deel van het vrouwelijk geslachtsorgaan weg. Het resultaat: niet meer loops worden van de teef.

Ongewenste zwangerschap
De loopsheid van de teef is de periode dat zij gedekt kan worden en dus vruchtbaar is. Wanneer de teef niet meer loops wordt kan zij dus niet meer zwanger worden.

Melkkliertumoren
De kans op ontwikkeling van kwaadaardige melkkliertumoren op latere leeftijd neemt toe naarmate de hond vaker loops is geweest. Naast het risico van de kwaadaardige tumoren is ook het anesthesie (narcose) risico hoger bij oudere honden dan bij jonge honden. Daarom adviseren wij om voor de tweede loopsheid van de teef te steriliseren.

Baarmoederontsteking (pyometra)
Een baarmoederontsteking ontwikkelt zich bijna altijd na hormonale veranderingen in de baarmoeder. Wanneer de teef niet meer loops wordt, is de kans op baarmoederontsteking dus zo goed als nul. Voor de baarmoederontsteking geldt eigenlijk hetzelfde als voor de melkkliertumoren: dat de honden meestal wat ouder zijn bij ontstaan van dit probleem. De risico’s en complicaties zijn in deze fase dan ook groter dan bij het preventief steriliseren.

Schijnzwanger
Ongeveer zes tot acht weken na elke loopsheid kan een teef, die niet gedekt is, schijnzwanger worden. Tijdens de schijnzwangerschap kan de hond wat slomer en humeuriger zijn, ze gaan vaak slechter eten en soms slepen ze handdoeken en knuffels naar hun mand. Ook kan de teef opgezette melkklieren krijgen en gaat soms zelfs melk geven. Meestal gaat dit vanzelf weer over. Als het niet zelf over gaat kunnen we ze hierbij helpen door het geven van medicatie.

Nadelen van sterilisatie

Helaas zijn er niet alleen voordelen, er zijn ook een aantal nadelen van steriliseren. Hieronder ziet u enkele, soms voorkomende, nadelen van sterilisatie bij de teef.

Urine incontinentie
Dit is een risico dat met name een rol speelt bij de grotere hondenrassen. De spier van de blaashalswand staat bij de teef mede onder invloed van vrouwelijke hormonen (oestrogenen). Wanneer we de eierstokken wegnemen (en dus ook oestrogeen), kan die spier een deel van zijn werking verliezen. Dit kan leiden tot urine-incontinentie. Deze aandoening is vaak goed te behandelen met medicatie.

Gewicht
Door het wegvallen van de hormonen na de sterilisatie wordt de energie die wordt opgenomen met het voer sneller omgezet in vet, de hond wordt dus gemakkelijker dik. Echter, ieder pondje gaat door het mondje. De oplossing is dus eenvoudig: wat minder eten geven of wisselen naar speciaal voer voor gecastreerde/gesteriliseerde honden en een beetje extra beweging!

De prikpil
Sommige mensen denken dat de prikpil een goed alternatief is. Deze methode van anticonceptie brengt alleen meer nadelen met zich mee dan voordelen. Hoewel de prikpil er in principe voor zorgt dat de teef niet meer loops en drachtig kan worden, is de zekerheid hierop niet 100% gegarandeerd. Daarnaast wordt de kans op baarmoederontsteking, en melkkliertumoren op latere leeftijd veel groter.

Tot slot

Wij adviseren uw teef te laten steriliseren (castreren) twee tot drie maanden na de eerste loopsheid. Mocht u nog vragen hebben of even willen overleggen helpen wij u graag, en kunt u contact opnemen met onze praktijk: 030 - 687 45 01.

Chippen

Het is ieders nachtmerrie: de hond is op avontuur gegaan en u hebt geen flauw idee waar hij of zij zou kunnen zijn. Wat nu? Sinds 1 april 2013 is het verplicht om uw hond te chippen. Zo kan de hond als hij gevonden wordt eenvoudig weer bij u teruggebracht worden.

Hoe gaat het chippen in zijn werk?

De chip zelf is ongeveer zo groot als een rijstkorrel. Deze wordt door middel van een injectienaald ingebracht onder de huid in de streek van de hals of de schouders. Hier blijft de chip als het goed is de rest van uw hond zijn leven zitten. Soms verschuift de chip iets, maar meestal is dat niet verder dan twee centimeter van de plaats waar de chip ingebracht is.

Na het inbrengen van de chip zal onze dierenarts controleren of de chip ook daadwerkelijk zijn werk doet en zal met de chipreader de chip nog een keer scannen. Daarna kunt u bij onze assistente aan de balie uw hond laten registreren op uw naam en adresgegevens.

Als uw hond toch onverhoopt op avontuur is en hij gevonden wordt, kan het asiel of de dierenambulance met de chipreader de chip aflezen. Het chipnummer kan ingevuld worden in een database. Zo komen we bij uw gegevens uit en kunnen we u op de hoogte stellen dat uw dier gevonden is.

Voor verdere vragen kunt u altijd contact opnemen met onze praktijk.

Gebitsverzorging

Vanaf de leeftijd van ca. vier tot zeven maanden gaat de pup zijn melkgebit wisselen voor een blijvend gebit. Zodra de hond zijn blijvend gebit heeft is het verstandig dit goed te onderhouden. Wij adviseren om uw hond van pup af aan te laten wennen aan het tanden poetsen. Poets alleen met speciale dierentandpasta en ‑tandenborstel. Nooit met mensen tandenpasta of tandenborstel.

Gebitsverzorging van de hond

Wist u dat het gebit van uw hond regelmatig verzorging nodig heeft? U kunt het vergelijken met de verzorging voor uw eigen gebit. Dat betekent dat als het gebit van uw hond niet de juiste verzorging krijgt er tandplak en tandsteen kan ontstaan en in een later stadium ook ontsteking van het tandvlees. Uiteindelijk kan bij een slecht onderhouden gebit zelfs schade ontstaan door bacteriën in verschillende belangrijke organen, zoals nieren, longen, lever en het hart.

Gelukkig kunt u door zelf het één en ander te doen een hoop narigheid voorkomen. Bijvoorbeeld tanden poetsen. Klik hier voor poetsinstructies!

Wat is tandplak?

Tandplak ontstaat heel simpel door voeding. De voeding laat een laagje achter op de tanden dat voor bacteriën een voedingsbodem is. Na een tijdje wordt het tandplak hard. Dit wordt tandsteen genoemd. Na verloop van tijd kan uw huisdier door de afbraakproducten van de bacteriën tandvleesontsteking krijgen en in een verder gevorderd stadium kan het tandvlees zeer gevoelig raken en komen de tandhalzen bloot te liggen. Uiteindelijk kan het zijn dat er gebitselementen los komen te zitten en verwijderd moeten worden.

Hoe herken je gebitsproblemen?

  • Uw hond kan uit zijn bek gaan ruiken. Wanneer er niet ingegrepen wordt, zal dit steeds erger worden.
  • U kunt een bruinige verkleuring op de tanden zien. Dit kan tandplak (zacht) of tandsteen (hard) zijn.
  • Het kan zijn dat uw hond door pijn minder goed of zelfs helemaal geen harde brokjes meer wil eten of ze in zijn geheel doorslikt.
  • Het tandvlees kan geïrriteerd of ontstoken en teruggetrokken zijn. Dit is ook erg pijnlijk voor het dier.

Voorkomen is beter dan genezen, wat kunt u zelf doen?

Gelukkig kunt u door zelf het één en ander te doen een hoop narigheid voorkomen.

U kunt dagelijks de tanden van uw hond poetsen. Het beste is om hier al op jongen leeftijd mee te starten het liefst van pup af aan. Op latere leeftijd is het vaak lastiger om aan te leren. Het tandenpoetsen van uw hond mag alleen met speciale voor huisdieren bestemde tandenborstels en tandpasta. Gebruik nooit tandpasta voor de mens. Hier zit fluor in en aangezien een hond niet zijn mond spoelt na het poetsen is dit slecht voor zijn maag. U kunt voor informatie over de juiste productie altijd contact met ons opnemen of even binnenlopen op de praktijk.

Er is een voeding met speciaal samengestelde brokken dat helpt tandsteen te voorkomen. Deze voeding heeft een soort poetsende werking wanneer uw hond de brok doorbijt. Een “normale” brok zou in meerdere stukjes vallen. Een brok speciaal om tandsteen te voorkomen wordt steeds gehalveerd. Uw hond moet dus meerdere keren kauwen om de brok klein te krijgen en te kunnen doorslikken. Nu zijn er altijd uitzonderingen die de brokjes altijd in één keer doorslikken, voor deze gevallen heeft deze voeding geen nut.

Er zijn speciale kauwstrips te verkrijgen die helpen tandsteen en tandplak te voorkomen. Deze kauwstrips bevatten enzymen die een reinigende werking hebben.

U kunt een supplement door het drinkwater van uw hond doen. Een soort mondwater. Deze helpt tandplak en tandsteen voorkomen en zorgt voor een frissere adem.

Er bestaat een product wat het gevormde tandsteen verweekt waardoor het afbrokkelt. Dit is een product op basis van zeewier. Er hoeft maar heel weinig van gegeven te worden.

Laat u altijd goed informeren door één van onze assistenten of dierenartsen voor u één van de bovenstaande producten gaat gebruiken. Niet alle honden mogen alle producten krijgen. Bijvoorbeeld honden die op een bepaald dieet staan of met bepaalde ziekten.

Gelukkig kunt u door zelf het één en ander te doen een hoop narigheid voorkomen. Bijvoorbeeld tanden poetsen. Klik hier voor poetsinstructies!

Laparoscopische sterilisatie

In onze praktijk steriliseren* we honden vanaf 10 kg laparoscopisch. De ‘traditionele’ methode en de laparoscopische methode zijn twee zeer verschillende operatiemethoden. Hierdoor is het raadzaam om van beide methoden kennis te nemen om een goede keuze te maken op het moment dat u uw hond wilt laten steriliseren.

Wat is laparoscopisch steriliseren?

Laparoscopisch steriliseren is steriliseren aan de hand van een kijkoperatie. In plaats van een grote snede zoals bij de ‘traditionele’ sterilisatie, worden er bij de laparoscopische sterilisatie drie kleine sneetjes in de buikholte gemaakt. Vervolgens worden de eierstokken met behulp van een camera in beeld gebracht en verwijderd met een speciaal instrument.

Onze praktijk beschikt over de benodigde apparatuur, kennis en ervaring om deze vorm van steriliseren uit te voeren.

Wat zijn de voordelen van laparoscopisch steriliseren?

  • Minder infectie gevaar door de drie kleine wondjes die achterblijven.
  • Minder pijn doordat er maar drie kleine wondjes worden gemaakt in plaats van een grote wond.
  • De operatie duurt relatief kort waardoor de hond minder lang onder narcose hoeft te blijven.
  • Er blijft geen hechtmateriaal achter in de buik.
  • Deze vorm van steriliseren kent een snellere herstelperiode.
  • Beter overzicht in de buik tijdens de operatie, waardoor de kans op complicaties kleiner is. Ook kunnen de meeste buikorganen in beeld gebracht worden.

Hoe gaat laparoscopisch steriliseren in zijn werk?

Nadat uw hond onder narcose is gebracht worden er drie kleine sneetjes gemaakt in de buikwand, waarna we in ieder gaatje een ‘poort’ plaatsen. Een poort is een hol buisje die ons helpt om met de instrumenten in de buik te kunnen kijken. Met behulp van de camera die wordt gebruikt kunnen we de gehele operatie op een beeldscherm volgen. De eierstokken worden met een speciaal instrument verwijderd en vervolgens worden de sneetjes gehecht.

Voor meer informatie betreffende laparoscopisch steriliseren en voor antwoord op uw overige vragen, kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen.

*Officieel castreren

Parasieten

Honden kunnen last hebben van inwendige en uitwendige parasieten. Inwendige parasieten zitten in de organen van de hond, zoals maag, darm, lever, longen en spieren. Sommige parasieten komen vooral in het buitenland voor, waar het warmer is en waar de parasieten beter gedijen dan in het koude Nederland.

Wormen

Wormen die bij de hond voorkomen zijn lintwormen, spoelwormen, mijn- of haakwormen en de hartworm.

Spoelwormen
De spoelworm (ascaridia) komt bij bijna alle honden voor. Bijna iedere pup komt ter wereld met een besmetting met spoelwormen. Besmetting kan van hond op hond plaatsvinden. Een vrouwelijke spoelworm kan per dag honderdduizenden eieren (totaal ruim 80 miljoen) produceren. Spoelwormen kunnen maximaal 10 cm lang worden. Spoelwormen leven in de dunne darm. Soms komen spoelwormen met ontlasting en braaksel naar buiten. Eitjes van spoelwormen komen met ontlasting naar buiten. Pups kunnen door het drinken van melk van de teef ook besmet raken.

Haakwormen & zweepwormen
Haakwormen worden ook van hond tot hond overgebracht. Deze wormen komen in Nederland wat minder vaak voor dan spoelwormen. Zweepwormen worden ook van hond op hond overgebracht, de eitjes kunnen jarenlang in de omgeving overleven. Zweepwormen bevinden zich in het laatste gedeelte van het maagdarmkanaal.

Lintwormen
Lintwormen (Cestoda) worden in tegenstelling tot de eerder beschreven wormen niet van hond op hond overgedragen. Lintwormen hebben namelijk een indirecte levenscyclus, wat betekent dat deze parasiet een andere diersoort als "tussengastheer" nodig heeft. Besmetting vindt plaats wanneer de hond deze "tussengastheer" opeet. Vooral vlooien zijn een belangrijke tussengastheer. Wanneer de hond besmet is vindt u meestal segmenten (klein en wit) van de lintworm onder de staart, in de omgeving en in de ontlasting.

Hartworm
Hartwormen (Dirofilaria) houden zich niet op in de darmen maar in de bloedvaten en vaak in de rechter hartkamer. Hartwomen zijn dodelijk als er geen preventieve maatregelen worden genomen. Hartwormen beschadigen hart, longen en lever. De larven van hartwormen worden door muggen overgedragen. Muggen zuigen bloed bij een besmette hond en worden zo besmet. Wanneer een andere hond gestoken wordt, dan raakt deze besmet. Hartwormen komen in Nederland niet voor, maart wel in het buitenland.

Uitwendige parasieten

Uitwendige parasieten zijn onder andere vlooien, luizen, teken en schurftmijt.

Vlooien
Vlooien zijn kleine, bruinzwarte insecten zonder vleugels. Het lichaam is zijdelings afgeplat. Vlooien kunnen enorm ver springen. Vlooien zuigen bloed en leggen eieren op allerlei plekken in huis. Uit de eieren komen witte larfjes. Vlooien kunnen niet goed tegen kou, maar eieren blijven in leven.

Luizen
Luizen zijn ook insecten zonder vleugels en met plat lichaam. Er zijn twee typen luizen, zuigende en bijtende. Bijtende luizen voeden zich met huidschilfers en bloed. Zuigende luizen zijn langer en leven alleen van bloed. Luizen worden overgedragen door direct contact van het ene dier met het andere.

Teken
Als teken zich vastbijten, zullen ze zich met hun kop ingraven in de huid. Volgezogen teken zien er uit als grijze bolletjes. Teken kunnen diverse ziekten overdragen. Met name in wat warmere regio’s van Europa zijn veel teken besmet met ziekten.

Mijten
Er zijn verschillende soorten mijten. De meest voorkomende zijn sarcoptes, demodex (jonge honden schurft, oormijt (otodectes) en cheyletiella.

  • Sarcoptes: Sarcoptes mijten maken gangetjes in de huid. Slechts een paar mijten kunnen al heftige jeuk geven, ze zijn dan ook lastig te vinden als er een afkrabsel gemaakt wordt. Honden kunnen kale plekken hebben aan oren, snuit, ellebogen en poten.
  • Demodex: Demodex mijten leven in talgklieren en in de haarzakjes. Deze mijt komt regelmatig voor, maar geeft niet in alle gevallen klachten. Honden die aangetast zijn hebben vaak een verdikte huid op snuit, poten en rondom de ogen. De behandeling is vaak langdurig.
  • Otodectes cynotis: Deze mijten leven in de gehoorgang. Een infectie met oormijt is te herkennen aan het feit dat er zwarte oorsmeer in het oor zit. Vaak schudden dieren met hun kop en hebben ze veel jeuk aan de oren.
  • Cheyletiella: De Cheyletiella mijten lijken op huidschilfers. Als een dier last heeft van deze mijten, dan lijkt het of er veel “roos” is. Dieren kunnen last krijgen van jeuk, haaruitval en schilfering.

Vaccinaties

Op de leeftijd van zes weken krijgt de pup zijn eerste vaccinatie (Parvo en Hondenziekte).
Op de leeftijd van negen weken krijgt de pup zijn tweede vaccinatie (Parvo, Weil en Kennelhoest).
Op de leeftijd van twaalf weken krijgt de pup zijn derde vaccinatie (Parvo, Weil, Hondeziekte en Hepatitis). Daarna moet uw hond elk jaar gevaccineerd worden, U krijgt hiervoor van ons een oproep.

Pension

Mocht u uw hond naar een pension brengen of gaat hij mee met een uitlaatservice, vraag dan tijdig naar de regels van het betreffende pension/uitlaatservice m.b.t. vaccinatie.

Vachtverzorging

Er zijn heel veel verschillende soorten honden rassen en daarbij ook heel veel verschillende soorten vachten. Maar hoe moeten we omgaan met deze vachten? Bij alle rassen is het eigenlijk heel belangrijk om minimaal één keer in de week de hond te borstelen. Sommige rassen vooral de langharige rassen is het verstandiger om dit vaker te doen in verband met klitvorming, vooral bij de oren en poten. Er zijn verschillende methodes van vacht verzorging: scheren, ontwollen, plukken, strippen. Hieronder vindt u een beknopte uitleg over verschillende soorten vachten en de verzorging ervan. Voor een advies op maat kunt u het beste contact opnemen met een trimsalon. 

Stokhaar rassen

Hier vind u ook drie gradaties in: korte, halflange en lange stokhaarrassen
Rassen met korte stokharen: rottweiler, Labradors.
Halflange stokharen: Duitse herders.
Lange stokharen: Leonbergers, keeshonden, Schotse collie.

De stokharige vacht kent twee verschillende lagen: de ondervacht en de bovenvacht. De ondervacht is een dichte wollige vacht. De bovenvacht is langer en steviger. Als de hond in de rui is dan betekent dat dat de ondervacht los laat en eraf valt. Om uw hond te helpen met het verliezen van deze wollige vacht kunt u hem naar een trimsalon brengen of zelf met een speciale borstel borstelen. 

Korthaar of gladharige rassen

Rassen zoals boxers, Dalmatiërs.

Deze vachtsoort bevat korte dekharen en nagenoeg geen ondervacht. Deze honden rassen kunt u  onderhouden door hem eens per week met een borstel te borstelen. Een borstelbeurt is goed voor de bloedcirculatie en de hond gaat er mooi van glanzen. 

Ruwharige Rassen

Rassen zoals teckels en terriërs.

De ruwharige honden bevatten een wollige ondervacht en een harde bovenvacht. Deze harde bovenvacht moet geplukt worden omdat het dekhaar los gaat laten zodra de ondervacht in de rui is geweest. Deze vachten kunnen geplukt of gestript worden. Deze honden kunnen naar de trimsalon gebracht worden om te laten plukken of te strippen. Plukken houdt in dat de volledige dekharen eruit geplukt wordt. De hond staat dan alleen nog in zijn ondervacht. Dit plukken moet ongeveer om de vier maanden. Er kan ook gekozen worden voor het zogenaamde strippen. Dit houdt in dat de bovenvacht niet in zijn geheel eruit geplukt wordt. De helft van de vacht wordt geplukt zodat de hond niet 'bloot' in zijn ondervacht komt te staan.

Langharige/zijdeharige rassen

Ook bij deze vacht vindt u drie verschillende gradaties:

Lange bovenvacht zonder ondervacht, bijv. maltezers. Deze kunt u wekelijks borstelen en zal af en toe naar de trimsalon moeten om geknipt of geschoren te worden.

Lange bovenvacht plus ondervacht: Newfoundlander, deze vacht wordt vooral omstreeks de lente tijd vaak ontwolt. De rest van het jaar is het wekelijks borstelen afdoende.

Lange ondervacht: barsoi, Havanezers. Deze honden kunt u knippen of scheren, daarnaast is wekelijks borstelen vaak al afdoende.

Krulhaar

Rassen zoals bouvier des Flandres, poedels, labradoodle.

Deze vacht valt bijna niet uit, omdat de ondervacht vaak in de krullerige vacht blijft hangen. U zult hier niet veel haar van vinden, eerder af en toe een vlokje vacht. Deze rassen dienen wekelijks te worden geborsteld en eventueel een aantal keer per jaar te worden geknipt of geschoren.

Verschillende trimtechnieken en de gereedschappen

Borstelen
Borstelen heeft de functie om oude en losse haren te verwijderen, vuil te verwijderen en talg over de vacht te verspreiden. Het borstelen is vooral poetsen en huidmassage voordat er klitvorming komt. Voor iedere vacht is er weer een andere borstel. Laat u adviseren door een trimsalon welke borstel het beste bij uw hond past.

Kammen
Kammen doe je om klitten op te sporen en te verwijderen, ondervacht eruit te halen, en eventuele parasieten te vinden (vlooien en teken).

Plukken
Plukken is het verwijderen van loszittende dekharen bij ruwharige vachten. Loszittende haren worden met wortel en al verwijderd. Pluk voor pluk en soms haar voor haar worden zo verwijderd. 

Naplukken of nawollen
Bij plukken wordt de gehele bovenvacht eraf geplukt. De zachte ondervacht blijft staan. Na zes tot acht weken kan de achtergebleven wol worden nageplukt. 

Strippen
In tegenstelling tot het plukken worde bij strippen niet alle bovenvacht verwijderd. De helft van de vacht wordt geplukt zodat de hond niet direct in zijn blote ondervacht staat. 

Knippen
Met knippen kort je de vacht in met behulp van een speciale schaar.

Effileren
Voor de effileertechniek wordt een speciale effileerschaar gebruikt. Dit is een schaar die aan één of aan beide zijden getand is, waardoor bij het knippen slechts een deel van het haar wordt afgeknipt, wat een mooi natuurlijk resultaat geeft. Het knippen met dit soort schaar vraagt wel wat oefening en inzicht.

Scheren
Bij het scheren kort je de vacht in met behulp van een tondeuse. De lengte van de vacht die blijft staan hangt af van de scheerkop die aangebracht wordt op de tondeuse. Scheren wordt vaak gedaan bij vachten die extreem in de klit zitten, dit wordt ook wel vervilt genoemd.

Uitwollen
Honden die veel haar verliezen kunnen we versnelt door de rui heen helpen door te ontwollen. Dit gebeurd door een soort hark door de vacht heen te halen, bij sommige rassen helpt de Furminator borstel ook goed. 

Vakantie

Buitenland

Als u uw hond mee wilt nemen naar het buitenland dan gelden er een aantal wettelijke regels. Zo moet uw hond in het bezit zijn van een Europees dierenpaspoort, gechipt zijn en naast de reguliere vaccinaties ook tegen Hondsdolheid Rabiës gevaccineerd zijn. Voor een aantal landen gelden specifieke eisen. Hou er rekening mee dat het nodig kan zijn een jaar voor vertrek actie te ondernemen. Via deze link vind u de meest up tot date lijst van invoereisen per land.

Als u uw hond meeneemt naar het buitenland gelden er ook specifieke adviezen ten aanzien van het behandelen tegen parasieten om ook uw hond een veilig verblijf te bieden.

Pension

Mocht u uw hond naar een pension brengen of gaat hij mee met een uitlaatservice, vraag dan tijdig naar de regels van het betreffende pension/ uitlaatservice m.b.t. vaccinatie.

Verzekering

Een huisdierverzekering kan een uitkomst zijn. Informeer uzelf van te voren goed welke verzekering en welk pakket het best bij uw hond en uw situatie past.

Voeding

Wat geef ik mijn puppy of hond te eten? Dit is één van de meest gestelde vragen die we krijgen wanneer cliënten een pup of volwassen hond hebben aangeschaft. Een kwalitatief goede voeding voor uw hond is belangrijk en ook de hoeveelheid is belangrijk.

Hoe weet je of een hond de juiste voeding krijgt?

Een hond die goede voeding krijgt heeft een gezonde glanzende vacht, een gezond gewicht, een gezond gebit, is levendig en heeft goede stevige ontlasting. Pups mogen vanaf vier weken brokjes bijgevoerd krijgen verdeeld over meerdere porties per dag. Later kan dit naar drie keer per dag (vanaf ca. acht weken), vanaf ca. een halfjaar is twee porties per dag voldoende.

Wat is een goede voeding?

Het beste geeft u uw hond een simpele droge brok te eten. Eentje die constant van samenstelling is (goedkopere voedingen wisselen nogal eens van samenstelling, waardoor uw hond bijv. geen goede ontlasting heeft). Het voer moet over de juiste verhoudingen voedingsstoffen beschikken. Een opgroeiende pup van een groot ras heeft andere behoeftes dan en opgroeiende pup van een klein ras. De betere merken beschikken daarom vaak over voedingen voor de verschillende “maten” honden en honden in verschillende leeftijdscategorieën. De voedingen van de betere merken zijn te koop bij dierenartsen of in dierenwinkels. Natuurlijk kunt u altijd bij ons terecht als u advies nodig heeft over de voeding van uw hond.

Veel mensen vinden het prettig of denken dat het nodig is dat een hond ook vlees uit blik eet. Dit vindt een hond natuurlijk vaak erg lekker, maar echt nodig is het niet. Het hoofdbestanddeel van de voeding van uw hond moet bestaan uit brokken waar de hond op moet kauwen. Dit is niet alleen nodig voor een goede spijsvertering maar ook om het gebit van uw hond gezond te houden. Vlees moet gezien worden als een lekkernij of verwennerij. Het is begrijpelijk dat u uw hond af en toe wilt verwennen. Zelfs dit kan op een verantwoorde en gezonde manier. Er bestaan beloningsbrokjes die goed zijn van kwaliteit en laag in energie en vetten zijn. Zo kunt u uw hond toch zijn dagelijkse beloningen geven zonder dat hij te zwaar wordt.

Naast voeding van een goede kwaliteit is het belangrijk uw hond de juiste hoeveelheid te geven, om zo een gezond gewicht te bewerkstelligen. Vaak staat er op de verpakking van de betere merken informatie welke hoeveelheid past bij het gewicht van uw hond. Het is verstandig om ieder portie voer van uw hond af te wegen zodat hij altijd een constante hoeveelheid krijgt. Veel van de Nederlandse honden zijn te zwaar. U kunt één van onze dierenartsen of assistenten vragen of uw hond een gezond gewicht heeft. Weeg uw hond regelmatig om na te gaan of zijn gewicht constant blijft.

Naast de diverse onderhoudsvoerders bestaan er ook talloze dieetvoeders voor de meest uiteenlopende klachten. Bijvoorbeeld voor honden met overgewicht, met gevoelige darmen of huid of andere allergieën, honden met blaasproblemen of gewrichtsklachten. Er is veel mogelijk en te bereiken met de juiste voeding. Mocht uw hond klachten hebben laat ons u dan informatie gevende over de passende voeding voor uw hond.

Er is veel te vertellen over voeding voor de hond. Te veel om op te schrijven. Iedere hond, klein – groot, jong- oud, dik – dun, gezond – ziek, heeft zijn eigen behoeftes, laat u daarom altijd informeren welke voeding voor uw hond geschikt is.

Terug naar Medisch